Blog over Nederlands Militair Optreden in Indonesië

Samen met medestagiairs Kimberley Bootsma en Lotte Akkerman mocht ik bloggen voor het KITLV, naar aanleiding van onze stage en het symposium dat we organiseerden.

http://www.kitlv.nl/secrets-of-the-deep-sea-an-ocean-of-archives-for-us-to-explore/

Wat hebben we geleerd?  Het Nationaal Archief houdt niets verborgen, maar we moeten wél meer onderzoeken, en vooral nieuwe technieken gebruiken om nieuwe ontdekkingen te kunnen doen in het archief.

Advertenties

Tell the world, I’m coming home

Belanda, here I come!

Na drie maanden tropen is het zover! Ik ga naar huis. Ik heb daar eigenlijk best veel zin in, maar ik ga het hier ook missen! Het begon een beetje met een haat/liefde-verhouding, maar Bali en Karangasem zijn zeker speciaal geworden voor mij.

Bedankt allemaal voor jullie steun en knuffels op afstand, de enthousiaste reacties op mijn gekke blogs en lange verhalen!

Enjoy it, because it’s happening!

Ik kan nog niet helemaal geloven dat dit avontuur nu bijna voorbij is en dat ik zelf drie maanden aan de andere kant van de wereld ben geweest. Ik heb hier ontzettend veel meegemaakt en toffe dingen beleefd, en daarover graag geschreven. Toch zijn blogs ook maar een eenzijdig beeld; dat iets heel stom was, daar schrijf je niet gemakkelijk over. Bij deze dus, omdat ik vind dat het wel gezegd moet worden: in je eentje op een prachtig tropisch paradijs zitten, is niet altijd geweldig. (en nu ik dit schrijf, denk ik: heb ik dat niet al te vaak gezegd? Je moet mensen ook niet afschrikken, Bent)
Ook al zeggen de plaatjes van wel, ook al zijn de natuur, de cultuur, de geschiedenis en de mensen fantastisch. Soms kun of hoef je niet te genieten. Daartegenin kan ik brengen, want er zijn altijd twee kanten: het was voor mij ook een grote les in leren om nu eens niet alles te analyseren en overdenken, maar gewoon hier-en-nu te zijn. Soms hoef je niet te genieten, maar soms hoef je ook niet iets stom te vinden. Soms is iets gewoon zoals het is. En later denk je dan: jeetje, dat was eigenlijk niet eens zo erg.

Dank daarom aan die lieve vriendinnen die me op het hart drukten te stoppen met erover nadenken en beter te ervaren nu ik er was, voor ik weer in koud en regenachtig Nederland ben 🙂

Hierbij de liedjes die ik niet uit mijn hoofd krijg, nu ik bijna naar huis ga!

Coming Home – Playlist  

On the Way Home – John Mayer

Coming Home – Skylar Grey

Homeward bound/Home – Glee

Home – Chris Daughtry

Home – Phillip Phillips (cover Jeff Hendricks)

Home – Michael Buble

Een manier om thuis te komen – Bløf

Back to You – Bryan Adams (Unplugged)

Happy Ending – Mika

At Wit’s End – Pirates of the Caribbean

(klik op de titel voor het liedje)

 

 

 

Jakarta: Archieven

De dagen na Lombok, 8-10 augustus, was het hele Rockster-avontuur, en op 10 augustus ben ik dus van Klungkung naar Denpasar vertrokken. ’s Ochtends 11 augustus met het vliegtuig, waar ik vooral heb geslapen zoals de rest van de passagiers, en daar was ik: Jakarta!

Aangekomen ben ik weer eens met mijn niet-zo-goed-nee-zeggende hoofd in een taxichauffeur getrapt die me iets te veel liet betalen voor zijn vervoer, maar goed, ik zat koel en in een voertuig, dus dat was dat. Koel was trouwens de rest van de trip: nergens deze maanden heb ik het zo koud gehad als daar! De taxichauffeur bleef maar niezen (waarop ik voorstelde de airco lager te zetten, maar daar was geen sprake van). De airco staat gelijk echt koud, overal waar je komt.

Het hoofddoel van de trip was studeren in het nationaal archief, Arsip Nasional Republik Indonesia. Daarnaast heb ik afgesproken met mensen die ik kende daar. Ik zou in eerste instantie verblijven bij een Frans instituut echt vlakbij het archief, dat een gastenkamer had, maar die was helaas vol. De Belgische vrouw met wie ik contact had, nodigde me toen uit bij haar thuis, dus dat was natuurlijk ontzettend aardig! Het was heel fijn om weer even in een gewoon huis bij iemand te logeren, en ook erg gezellig. Aangekomen bij het instituut, het EFEO, waar ik haar huissleutel op zou halen, werd ik heel hartelijk ontvangen en gelijk uitgenodigd voor de lunch. Daar ontdekte ik dat de directeur van het instituut Nederlands was en aan de Universiteit Leiden had gewerkt. Al gauw kwam ik erachter dat het een echt Leids netwerk was, want ook Veronique mijn gastvrouw heeft jaren in Leiden gewerkt. Eigenlijk had ik een beetje een Leidse week in Jakarta!

Grappig aan het archief is dat je de tijd in de gaten moet houden. Het gaat om half 4 dicht. Stukken kan je tot half 2 o.i.d. aanvragen, maar als je tijdens de lunch aanvraagt, tussen 12 en 1, moet je het eigenlijk daarna nog een keer doen. Als je iets ’s middags aanvraagt, komt het vaak pas de dag erna. Het komt er op neer dat je moet zorgen dat je je aanvragen voor 11 uur hebt gedaan, wil je kans hebben het nog dezelfde dag in te zien. Gelukkig had ik dit allemaal van tevoren gehoord en ging het dus vrij soepel!

Bij het EFEO heb ik daarnaast letterlijk met mijn mond open gezeten van verbazing over de talen: het instituut is Frans, dus alle medewerkers spreken Frans. Echter, omdat ik en nog een Italiaanse man te gast waren, werd er Engels gesproken tijdens de lunch. Af en toe verviel men in Indonesisch, om dan in dezelfde zin over te schakelen in het Frans, om vervolgens mij iets uit te leggen in Engels of te verduidelijken of vragen in het Nederlands. Kortom: een linguïstisch schouwspel!

Ik besloot eerst gelijk me aan te melden in het archief en mijn bundel aan te vragen, zodat ik de volgende dag de hele dag daaraan kon werken. Het archief viel me alles mee, ik had veel horrorverhalen gehoord, en gelukkig werd ik toegelaten tot de studiezaal (daar moet je soms speciaal toestemming voor hebben, gelukkig had ik een brief van de professor). Ik begon mijn bezoek echter in de nationalistische tentoonstelling die is opgesteld in het archief, erg interessant om de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog vanuit Indonesisch, en erg nationalistisch, perspectief te zien! In de studiezaal kwam ik iemand tegen die ik ook had gezien op de conferentie, dus dat was weer een leuke connectie. Hij had overigens ook in Leiden gestudeerd, maar had daarna in Utrecht gewerkt, dus het valt nog mee 😉

 Uit het archief gekomen, heette Jakarta mij hartelijk welkom met stromende regen! Het regende zo hard, en nadat ik eindelijk het aan had gedurfd terug naar het EFEO te rennen, was er een change of plans. Ik zou met de bus naar Veroniques huis gaan, maar zo werd mij verteld, dat zou met de regen in de traffic jam zo’n 2 uur kunnen duren, wat normaal een kwartiertje duurt! Daarom zou iemand mij van het instituut mij wel op de scooter kunnen brengen, als ik dat aandurfde. Ik vond dit wel een leuk avontuur (had ik al verteld dat ik geen jas of poncho bij me had?) en zo belandde ik achter op een scooter met backpack op en laptop op schoot. Als oplossing kreeg ik de achterkant van de regencape over mij heen en dat was eigenlijk wel genoeg om ons de hele weg te laten giechelen, naast dat ik niks kon zien en anticiperen op de weg dus geen optie was, wat hilarisch werd toen we een steile heuvel op reden. Aangekomen bij het huis was ik mijn chauffeur wel enorm dankbaar, want we waren toch wel kletsnat, maar supersnel door het verkeer gekomen. De mensen bij het EFEO waren enorm aardig en behulpzaam, dat zal ik niet gauw vergeten!

Na even opgewarmd en opgedroogd te zijn, was het tijd voor plan 2: ik zou met een student die ik in Yogya had ontmoet en in – jawel- Leiden heeft gestudeerd en gaat studeren, gaan eten. Ook dit stuurde de regen bijna in de soep, maar uiteindelijk kwamen we allebei aan in de mall! Het was gelijk mijn eerste mall in Jakarta, en was ik in Lombok verbaasd over de mall: Mataram mall is niks vergeleken bij zijn vele grote broers in Jakarta! Inwoners van Jakarta (Jakarta’s? Jakartanen? Jarkata-ers?) besteden hun vrije tijd naar het schijnt vooral aan shoppen en eten, en laat dat nu juist precies zijn wat je in een mall kunt doen! Het was heel gezellig en ik heb gelijk wat voedsel geproefd dat blijkbaar hét lievelingseten is in Java/Jakarta, én geleerd dat je bakmi dus uitspreekt als bami, of dat je bami eigenlijk schreeft als bakmi…

Terug naar het huis van Veronique, waar ik eindelijk kennis met haar maakte, en ik heerlijk genoot van een lekker bed en warme douche. De volgende dag was alle regen voorbij, en ging ik voor het eerst met het lijnbusje naar het archief! Een leuke belevenis en aangekomen in het archief kon ik eindelijk aan de slag met mijn bundel. Ik zal niet al teveel daarover uitweiden, maar laat ik het zo zeggen dat de uren in het archief drie dagen lang historische euforie waren!

Dinsdagavond had ik afgesproken met Marleen, een studiegenoot uit wederom Leiden die in Jakarta stageloopt. Ik ben toen deels met het OV gegaan, wat ik best stoer vond! In Jakarta zijn er ook Ojeks, dat zijn een soort riksja’s maar dan met een scooter erin. We gingen eten in het oude deel van de stad, in een prachtig opgeknapt oud pakhuis ‘Café Batavia’. Het was heel gezellig, we hebben honderduit gekletst, ervaringen gedeeld en geschiedenisverhalen uitgewisseld (we vergaten telkens te bestellen waarna de bediening het geloof ik maar opgaf) en na afloop nog wat rondgelopen in de oude stad, waar het heel druk was vanwege een soort straatfestival. Het voelde echt een beetje als zomervakantie, vonden we allebei.

De volgende dag was wederom archiefdag, dit keer lunch bij het EFEO, en ’s avonds ben ik naar het Erasmushuis gegaan. Dit is door de Nederlandse ambassade opgericht en stimuleert Nederlandse cultuur, maar ook gewoon cultuur in Jakarta. Marleen loopt o.a. hierbij stage, dus gingen we naar een boekpresentatie en documentaire, waarna echter bleek dat alles in het Bahasa Indonesia was. Na een half uur hebben we, zoals Marleen op haar blog schreef, ‘de moed verzameld om weg te gaan’ en zijn we naar een mall geweest met hele leuke winkels, waar we bij een echte diner burger en milkshake hebben gegeten. Deze mall overtrof weer eens de vorige, en ik blijf me echt verbazen over de enorme malls en hoe dicht ze bij elkaar staan! Na het eten zouden we nog naar Cloud gaan, een bar bovenin een mall met een mooi uitzicht over de stad! Ik had wel op iets moois gerekend, maar dit was echt zo fancy, inclusief privéliften en geheimachtige ingangen, dat het weer een hele belevenis en nieuwe kant van Jakarta was. We voelden ons niet helemaal ertussen passen met nog onze plastic tasjes met boodschappen, en dus hebben we van het uitzicht en een colaatje genoten en zijn toen weer vertrokken. Maar toch leuk! Afscheid van Marleen genomen en me opgemaakt voor het laatste dagje Jakarta!

Ik zou eigenlijk sightseeing gaan doen, maar wilde toch nog meer doen in het archief en dus heb ik de laatste dag nog even doorgebuffeld tot ik naar het vliegveld ben geraced met dank aan de goede zorgen van Veronique en het EFEO!

Mijn dagen in Jakarta waren super vol gepland, naast dat ik telkens warmte en kou doorstond door de airco’s en mijn maag niet in opperbeste staat was (ik verdenk de Lombok-pepers). Teruggekomen uit Jakarta voelde ik me dan ook niet zo goed en erg moe, en ik ben voor de zekerheid naar de dokter gegaan. Gelukkig was er niets ernstigs aan de hand en met wat probiotica en veel drinken zou het algauw beter moeten gaan, wat gelukkig tegen maandag ook wel zo was, alleen werd ik toen heel erg verkouden! Een gekke ervaring in een warm land, maar uiteindelijk ging ook dat weer over!

Lombok: Pepers

Lieve allemaal,

 

Vanavond vlieg ik terug naar Nederland! (3u ’s middags Nederlandse tijd) Zaterdag 30 augustus zet ik voet op een, geloof ik, heel koude Nederlandse bodem. Dan is mijn stage, mijn Bali verblijf en de zomer voorbij (tijd voor dat programma met Jan Smit en de 3J’S!). Maarrr daarom eerst: nog een aantal verhalen die ik snel met jullie ga delen! Misschien dat ik ook nog na terugkomst wat dingen schrijf, een aantal grappige dingen die me nog te binnen schieten of een briljante cultuuranalyse? Zouden jullie dat nog lezen als ik weer lijfelijk in het land ben?

Misschien dat ik valsspeel, maar ik heb de blog over Jakarta en Lombok in tweeën geknipt.
Enfin, we schrijven 5 augustus en ik vertrok avec Bemo naar de haven voor mijn trip naar…

BRUCE LEE

In de Bemo naar PadangBai, waar de haven is, heb ik voor het eerst echt Indonesisch gekletst, omdat de chauffeur tidak wisa Bahasa Inggris, hij kon echt geen Engels. Goed voor mij dus! Ik haalde nog net de Ferry die nu wegging, want ze gaan elk uur, dus even later was ik aan boord en na even zoeken vond ik de passagiersruimte. De overtocht duurt zo’n 3 tot 4 uur. Er zijn ook snellere toeristenboten, maar die zijn ongeveer 10-20x zo duur als de ferry, en ik had wel de tijd om de ferry te nemen. Daarnaast: it’s the local way. Dat betekent dus: slapen. Overal waar Indonesiërs moeten wachten of lang moeten zitten, gaan ze slapen. Dus op deze boot waren naast stoelen ook matjes en open stukken waar je kon liggen. Met dank aan de reispil paste ik helemaal in de cultuur. Halverwege de tocht zette iemand tot mijn verbazing een Bruce Lee-film aan. Midden in de algemene ruimte. Ik vond het erg grappig en in een soort half-slapen-half-waken heb ik toch aardig wat van het leven van Bruce Lee mee gekregen. Ik dacht eigenlijk dat het een film met Bruce Lee was, maar toen ging het over zijn dood (nog steeds onduidelijke hoe hij overleed, vertelde Wikipedia mij) en bleek het eentje over Bruce Lee te zijn. De film was compleet met Soundtrack over Bruce Lee, en misschien vragen jullie je af waarom ik hier zo lang op inga: half slaperig na de boottocht was het enige wat ik heel de dag kon denken Bruce LEEEEEE, dus mijn herinnering van Lombok gaat gepaard met flarden van de film en soundtrack over Bruce Lee.

De Karangasem-connectie
Enfin, tijdens de toch ontmoette ik iemand die familie in Nederland had en mij een scooterlift aanbood naar Mataram, wat nog wel een eindje weg was van de haven. Was ik naïef of juist niet, het was heel fijn dat ik deze lift had, want achterop de scooter zag ik veel meer van het landschap, heel vlak in het midden van Lombok, -als Nederlander vond ik dat fantastisch- en anders had ik nog wel een tijdje moeten wachten op een taxi of bus! Uiteindelijk arriveerde ik in de avond bij mijn guesthouse, aangeraden door Lonely Planet, dat van een Balinese familie bleek te zijn. Later bleek het zelfs familie van de Karangasem-familie te zijn! Een erg grappig toeval. Door de Karangasem-Lombok connectie wonen er nog een best een aantal Balinezen op Lombok, vele generaties of nog niet zo lang. Doordat cultuur en religie zo samengaan voor Bali, zijn die vaak Hinduïstisch en kun je hun huizen en tempels dus goed herkennen. Voor mij was het een soort vertrouwd als ik Balinese dingen herkende op Lombok. Lombok is namelijk erg islamitisch, en vol met prachtig gekleurde en nieuwe moskees. Ik had dat nog niet echt zo ervaren natuurlijk, dus het was echte even een cultuurshock!

Ik was op Lombok om wat van de oude Karangasem-bezittingen te bezoeken, zo zijn er nog enkele grote Hindu-tempels, nog steeds in gebruik, en overblijfselen van de Puri en Waterpaleizen (net als in Karangasem!) van de raja’s van Lombok. Na de oorlog op Lombok van 1895 is veel verwoest, maar er zijn nog steeds delen over en sommige zijn zelfs heel mooi hersteld!

In de guesthouse waren nog 3 andere gasten, een Duitse jongen en een Canadees stel, echte hippies. Het was leuk om even in de reizigerswereld te zijn en we besloten met zijn vieren te gaan eten bij een vage eettent, gezellig!

Verder had het guesthouse een fijne binnentuin, gitaren en honden, dus ik heb daar lekker gerelaxed naast mijn avonturen. De volgende dag ben ik bij een grote bakker gaan ontbijten, het systeem was een soort snoepscheppen maar dan met allerlei soorten zoete en hartige broodjes. Lekker!

Puri (paleis) en Pura (tempel)

Daarna begon de bezoektocht. De puri en de tempels op Lombok leken een stuk groter of wijdser dan die in Karangasem, wat wel bevestigt dat Lombok een heel groot en rijk koninkrijk was. In de tempel en wat over is van het paleis heb ik vooral rondgelopen en foto’s gemaakt, en veel mer was er niet te doen. Halverwege de dag kreeg ik een mail via Rodney van iemand die heel veel onderzoek had gedaan op naar de raja van Lombok en dus een aantal goede tips had om te bezoeken. Daarom wijzigde ik de plannen en ging een tempel ten zuiden van Mataram-Cakranegara (waar de Puri etc. was) bezoeken. Hiervoor had ik een scootertaxi geregeld, met een chauffeur die zo mogelijk de langzaamste van heel Indonesië is. Of hij het voor mij deed weet ik niet, maar op de snelweg reden we 30 midden op de weg, en dat vond ik eigenlijk nog enger en vooral wederom hilarisch.

Pura Sengkong was een tempel op een bergje, dat heel gek in z’n eentje middenin een vlakte stond. Het was er verlaten, op wat aapjes en bewakers na, en in ongeveer een kwartiertje klommen we naar boven. ‘We’, want de chauffeur besloot mee naar boven te klimmen ondertussen verhalen vertellend die ik niet begreep, maar wat ik wel sympathiek vond. De tempel bovenop was klein en het was een uitdagende klim na de eerste traptreden, maar het uitzicht was prachtig! Blijkbaar had deze tempel een belangrijke rol gespeeld bij de overwinning van Lombok door Karangasem een aantal eeuwen geleden. Zo zag ik gelijk ook wat van het platteland van Lombok. Lombok’s grootste toeristenbestemmingen zijn Sengigi in het noorden, de berg Rinjani in het noorden, Kuta in het zuiden, en de Gili-eilanden ten noordoosten van Lombok. Mataram-Cakranegara-Ampenan, de grootste stedelijke conglomeratie (dat woord!)  zijn voornamelijk de plek waar toeristen zijn om hun visum te verlengen.  Ik zat voornamelijk daar omdat daar de meeste overblijfselen zijn van de koninklijke familie. Naar beneden van Pengsong kwam ik tot mijn verbazing nog twee toeristen tegen: Nederlanders! Hoe kan het ook anders.

Na deze tocht ging ik even op adem komen in de guesthouse, waarna ik de taxi nam naar het officiele museum van Lombok. Ik oefende mijn Bahasa Indonesia met de taxichauffeur die vervolgens Nederlands wilde leren, waarna waar wil je naartoe en hoe gaat het hem bijna tot tranen toe deden lachen en hij het telkens herhaalde en herhaalde en het uiteindelijk onthield.

Het museum was erg klein, maar erg nieuw en daarom wel erg mooi! Hoewel de opzet ouderwets was, was het in zekere zin ook nog informatief, dus dat was interessant mijn stage. Zowel inhoudelijk als qua hoe een museum in Indonesië kan zijn. Uit het museum wilde ik graag naar Ampenan, de haven waar naar het shijnt ook nog oude Nederlandse gebouwen zouden staan. De boulevard was mooi en het was leuk om aan zee te zijn, maar echte Nederlandse gebouwen heb ik niet gezien. Naast dat het onderhoud vaak slecht is, is er ook kans dat de gebouwen gewoon in gebruik zijn en dus niet herkenbaar!

Het werd al wat meer avond en voor het eerst voelde ik me niet echt veilig in de haven, dus toen ben ik gauw weer teruggegaan naar het guesthouse. Daar aangekomen waren er ook twee Nederlandse meisjes gearriveerd, dus het was leuk om te kletsen en ervaringen te delen. Zij hadden net een trektocht op de Rinjani achter de rug en waren dus helemaal kapot, maar we zijn nog wel met zijn drieën gaan eten.

De volgende dag had ik eigenlijk gepland weer terug te gaan, maar ik besloot nog een dag te blijven zodat ik de tempels en waterpaleizen ten oosten van Mataram kon bezoeken. Pura Lingsar is een grote tempel voor zowel hinduïsme en de traditionele, specifieke Lombok-islam: een interessante combinatie. Wederom was het erg rustig, maar interessant om te zien. Ik liep een gebouw in waarvan ik twijfelde of dat de bedoeling was, en tot mijn verbazing zag ik de drie foto’s die ook in Karangasem hangen, van Nederlanders, Gede Jelantik en de Lombok expeditie. Ik snap nog steeds niet hoe en waarom, maar ik ben van plan dit mysterie nog verder uit te gaan zoeken.   Hierna reed ik verder naar Narmada, een groot waterpaleis dat nog steeds in gebruik is als recreatiepark met zwembad en dus waren er heel veel Lombokse dagjesmensen, waardoor ik weer een aantal keer met hen op de foto mocht. Ook zag ik een stelletje dat stiekem elkaars handen vasthield, maar doordat ik langskwam durfden ze dat niet meer, en nu ben ik bang dat ik hun relatie heb verpest.

Hierna bracht ik een bezoek aan Mataram-Mall, waarbij na de dagen in Lombok en Karangasem mijn mond letterlijk openviel bij de aanblik van een grote, mooie, schone supermarkt met zoveel producten dat ik er even verdwaalde. En ik was best even gelukkig ook haha.

Terug met de taxi besloot ik het laatste nachtje te upgraden en in een iets luxer verblijf met warme douche te gaan slapen. ’s Avonds at ik bij een lokale warung, waar de man mij verzekerde dat het echt not so spicy was, maar Lombok heet niet voor niets naar pepers (of de pepers heten naar Lombok): het was echt wel spicy! Uberhaupt is het eten op Lombok dus echt nog een tikkeltje pittiger dan Bali.
De volgende dag weer terug naar de boot, dit keer geen Bruce Lee film, en aangekomen na heel lang zoeken eindelijk vervoer gevonden naar Amlapura. Ik was weer ‘thuis’!

Cosmopolis Conferentie, Bali Ocean Swim en BSF Paragames

Dag allemaal,

Bedankt voor de enthousiaste reacties op mijn blogs. Deze blog wil ik wijden aan een aantal bijzondere evenementen die ik heb bezocht: de Cosmopolis conferentie (20-22 juni), de Bali Ocean Swim (5 juli) en de Bali Paragames (26 juli). Het is misschien heel saai, misschien niet, maar het waren drie leuke evenementen voor mij, dus ik wil ze graag delen.

Cosmopolis Conferentie  WP_20140619_003

Het Instituut voor Geschiedenis van de UL organiseerde samen met de Universiteit Gajah Mada (UGM) in Yogyakarta een conferentie gelinkt aan een samenwerking voor historische onderzoek naar geschiedenis en cultuur van Zuid-Oost Azië. Omdat ik zomer ook in Indonesië was, had mijn stagebegeleider van de Uni bedacht dat ik dan ook wel naar die conferentie kon, dus dat was natuurlijk een hele mooie kans! Het thema was The Making of Religious Traditions in the Indonesian Archipelago: History and Heritage in Global Perspective (1600-1940). Dit klinkt wellicht heel vaag en ik snapte het zelf ook niet zo goed, maar je kunt er ontzettend veel aan linken dus het ging sowieso interessant worden voor mij. Dat ik zo gelijk wat van Java en Yogyakarta kon zien was ook mooi meegenomen.

Donderdag 19 juni vertrok ik naar Yogyakarta, via het vliegveld van Denpasar. Ik had ruim de tijd genomen om naar Denpasar te komen, en had bedacht dat ik wel met het openbaar vervoer kon gaan. Die vlieger ging natuurlijk niet op, want ik liep al snel vast en ben dus met een privéauto gegaan. Openbaar vervoer voor toeristen is niet echt een succes op Bali. Uiteindelijk was ik daardoor veel te vroeg op het vliegveld, (voor de kenners: ik was te vroeg!) dus had ik wat tijd te doden. Gelukkig was daar Periplus: een boekwinkel met echt de mooiste Engelse boeken en paperbacks, dus daar heb ik me helemaal in verloren en gelijk wat boeken ingeslagen. Ik was in no-time in het hotel, en ik genoot van het grote bed en de chille badkamer. En de TV. Eigenlijk genoot ik erg van de tv.
Vanaf toen zat ik in de Conferentiemodus, dat wil zeggen dat je niet echt hoeft na te denken, behalve tijdens de presentaties, omdat alles vastligt en in je programmaboekje staat. Dat was top na een tijdje in je eentje reizen. We kregen ook een conferencebag en een heuse badge, waar ik natuurlijk uiterst gelukkig mee was. Bijna iedereen verbleef in het hotel waar ik ook was, naast de campus. De volgende ochtend gingen we met busjes naar de conferentiezaal. We hadden een openingslezing en twee panels met elk een aantal presentaties, waarna we zouden dineren op de universiteit.

Ik wist niet zo goed hoe ik me als bachelorstudent zou voelen of moeten gedragen, maar dit was gelukkig helemaal niet nodig, want iedereen was erg aardig en ik kende gelukkig toch een aantal mensen en raakte aan de praat met anderen. Het was ook leuk om mijn eigen verhaal te vertellen over Bali, want omdat de Balinese geschiedenis best wel verschilt van andere eilanden was dat op deze conferentie een niet heel bekend onderwerp. Als men erachter kwam dat ik nog maar net kwam kijken, werd ik volgestopt met tips en avonturenverhalen van ervaren Indonesiëreizigers, maar ik kon ook aan veel mensen vragen hoe zij terecht zijn gekomen bij wat ze nu bestuderen of aan werken. Grappig was om te merken dat ook historici wel eens zin hebben om on-cultureel verantwoord de toerist uit te hangen, maar zich dan wel daarvoor verontschuldigen. Een ander funfact over historici is dat ‘we’, zoals iemand opmerkte, ‘niet echt modebewust zijn’. Van te voren hadden mijn moeder en ik ons nog druk gemaakt of ik niet meer formele kleding mee moest nemen voor de conferentie.  Niet dus.

Zaterdag waren er weer presentaties, en het begon met een lezing van M.C. Ricklefs over (onder andere) de islamisering van Java… (interessant ja!) Aan de hand van zijn boeken heb ik vorige jaar een werkstuk geschreven over Sultan Agung, dus hier wist ik gelijk meer van en het was ook erg interessant om deze man zelf te horen vertellen! De presentaties waren over heel uiteenlopende onderwerpen en af en toe ging het echt boven mijn pet, omdat het een heel andere periode of gebied was dan die waar ik wat van weet, maar over het algemeen heb ik best wat opgepikt. Het was ook heel leerzaam om te zien hoe presentaties op dit niveau zijn. Van sommige presentaties kon ik heel veel leren qua stijl bijvoorbeeld (en dat zelfs professionals niet altijd perfecte presentaties geven is ook fijn om te weten als student).

Het diner zaterdagavond was bij de Prambana tempel, één van de grote Hindoestische tempels in Yogyakarta. Het hindoeïsme verdween bijna helemaal van Java met de islamisering van in de zeventiende eeuw en vertrok daarom, zoals jullie weten *zie het lesje geschiedenis* naar Bali. Het is dus erg interessant dat zulke bouwwerken hier nog staan en was voor mij een soort ‘vertrouwd’, want: bijna Balinees. Na het diner bij de tempel zouden we naar een dansvoorstelling gaan die bij de tempel werd opgevoerd. Dat was vast erg bijzonder geweest, maar het regende zo hard dat de voorstelling binnen was. Bummer. Maar nog steeds heel leuk om te zien! Het was een dansvoorstelling van de Ramayana, een hindoeverhaal over Rama en Shinta, qua impact en bekendheid vergelijkbaar met Romeo en Julia. Het was grappig om het verschil tussen Balinese en Javaanse muziek te horen, Balinese muziek is uitbundiger en ritmischer vind ik. De zaal was propvol en de mensen leefden heel erg mee: het publiek ging heel hard klappen en lachen bij sommige stukken. Ik miste natuurlijk vaak de grap dus nou ja goed. Het was vast grappig.

Zondag mocht ik ook zelf een soort posterpresentatie geven tijdens de pauze. Mijn stagebegeleider had me ook in het programma gepropt, dus dat was een hele eer! Aan sommige mensen had ik niet veel nieuws meer te vertellen, maar nu kon ik wel plaatjes laten zien en anderen kwam speciaal even langs om te komen kijken.

Toen de grootste zenuwen daarvoor eindelijk achter de rug waren, gingen we zondagmiddag op excursie. We gingen het graf bezoeken van Sultan Agung, waar ik dus dat werkstuk over had geschreven, die is overleden in 1650. Dit is nu een belangrijk Islamitisch-Javaans bedevaartsoord en begraafplaats van de sultans. De sultanfamilies van Solo en Yogyakarta (beiden afstammelingen van) worden hier nog steeds begraven en beheren de graven. Het voelde een beetje schoolreisjesachtig, met zijn allen in de bus op excursie. Ricklefs is gepromoveerd op een aantal van deze sultans, en iemand van de UGM wist er ook heel veel van, dus we konden ons geen betere gidsen wensen.

Na een groot aantal trappen, puffen en zweten, kwamen we boven bij het graf aan. Voor we verder mochten klimmen moesten we echter eerst appropriate kleding aan, wat inhield dat we traditioneel Javaans gekleed moesten, en in groepjes in een warm hokje aangekleed werden. Je verwacht dat je bij een heilige plek als deze dus extra kleding aankrijgt, zodat je eerbiedig gekleed bent. Het opvallende was dat we juist traditioneel Javaanse kleding aankregen, wat inhield dat de vrouwen blote schouders hadden. Vrouwen die een Hijab dragen, kunnen dit graf dus niet bezoeken, en dat geeft aan dat Javaans niet altijd gelijk staat aan Islamitisch en andersom. Dit was een onderwerp op de conferentie, dus we zagen nu gelijk een praktijkvoorbeeld!

Daarna veranderden we in zestienjarige schoolmeisjes, want iedereen wilde op de foto in zijn of haar outfit.

Ingesnoerd in een traditionele sarong strompelde ik de hoge traptreden op. Bij het graf aangekomen was het ineens heel stil en met de ondergaande zon was het een haast serene omgeving. Erg mooi. Eerst werden er gebeden gezegd, waarna we omstebeurt in een de kleine houten tombe naar binnen mochten. Het graf van de sultan zelf bevatte ook nog een heilige steen, die speciaal zou ruiken, en die bezoekers behoren te kussen.  De deur naar de tombe is heel laag, zodat je automatisch buigt als je naar binnen gaat. Voor lange Nederlanders is het nog dieper bukken!
Toen het mijn beurt was om naar binnen te gaan in de tombe, ontdekte ik dat het erg warm en donker was binnen. Toen gebeurde er iets waardoor ik het half uur daarna afwisselend mij heb geschaamd en heb dubbel gelegen van het lachen. Omdat het eerbiedig is laag te blijven of te gaan zitten, wilde ik dit zodra ik in de grafkamer kwam doen. Het was een beetje vol, maar gelijk om de hoek was een donker, leeg plekje. Tenminste, dat dacht ik. Al hurkend zei iemand namelijk: ‘eh, pas op, daar zit iemand’. En vervolgens zat ik bijna op één van de grafbewaarders, een klein, donker mannetje. Ik zat niet bijna op zijn schoot, ik zat bijna op hem. Hij kon er geloof ik wel om lachen, maar vervolgens hield hij een speech in het Javaans tegen ons. De anderen vroegen zich ook af wat hij precies zei, maar tot de dag van vandaag weten we het niet. In mijn haast dan maar weg te gaan uit de tombe, voordat ik écht hard moest lachen, werd ik richting de beroemde steen geduwd en kon ik niet weg voor ik had geroken dat ie echt naar iets speciaals ruikt… Uiteindelijk haastten we ons naar buiten, waar na de serieuze sfeer ik niet de enige was met de slappe lach, want je gaat ten slotte niet elke dag op een grafbewaarder zitten. Tot zover mijn grafbezoek-ervaringen!

Hiermee was de conferentie afgelopen, en de volgende dag vloog ik vol van indrukken en inspirerende gesprekken weer terug naar Bali!

Vlak voor ik wegging, vertelde Sanne, die mij ook heeft begeleid voor de paper over Gede Jelantik (de eerste stedehouder) dat ze een bundel had gevonden over Gede Jelantik in het archief in Jakarta. Terloops vermeldde ze ‘dat waarschijnlijk niemand die nog had gezien in deze context’. Waarna ik wild werd en vrijwel gelijk met Rodney heb overlegd: en jawel, afgelopen week heb ik de bewuste bundel in handen gehad in Jakarta! Geschiedenis studeren is ook een beetje schatzoeken! Over Jakarta en Lombok meer in de volgende blog.

Bali Ocean Swim  WP_20140706_003

Het weekend dat mijn zus landde op Bali, was er ook de Bali Ocean Swim van de Bali Sport Foundation. Deze foundation, waarvan Rodney oprichter is, ondersteunt, organiseert en stimuleert sporten voor disabled kinderen en volwassen op Bali. Een greep uit het aanbod is zwemlessen voor blinde kinderen, blind judo, gewichtheffen voor mensen die niet kunnen lopen en rolstoelbasketbal. Een dove jongen die traint bij BSF heeft onlangs zilver gewonnen op het wereldkampioenschap Escrima (Fillipijns stickfighting) en een gewichthefster is naar de Paralympics in Londen geweest! Zij is een belangrijke voorbeeldfiguur in haar gemeenschap, en ook voor de anderen is de sport ontzettend positief. Zij ervaren dat hun handicap geen beperking hoeft te zijn en zijn gezonder omdat ze bewegen. De staf is Balinees en Indonesisch, naast vier expats die als vrijwilligers het bestuur vormen.

Tot zover de Sport Foundation, wil je sponsoren of meer weten zie de site >nee, ik krijg geen extra punten om dit te vermelden..

De Bali Ocean Swim was een zwemwedstrijd bij het strand van Kuta, waarin de afstanden 1.2Km, 5km en 10Km gezwommen konden worden. Het doel was om geld op te halen voor de BSF. Hier deden dus allerlei zwemmers aan mee, zowel Balinezen als buitenlanders. De reddingsbrigade stond paraat en enkele rescue swimmers deden zelf ook mee. Ik ging helpen bij de inschrijving en de tijden opnemen. Enkele medewerkers kende ik al van de BSF zelf en anderen had ik ontmoet in Candidasa. Het was leuk om bij zo’n evenement mee te helpen, heel anders dan in de Puri zijn en ik was vooral onder de indruk van mensen die 10 kilometer gingen zwemmen IN DE OCEAAN. De ironie van Bente die meewerkt bij een sportevenement ontging mij ook niet geheel, lieve lezer. Ik had een soort gehaaste race verwacht, maar was even vergeten dat lange afstand zwemmen in de zee natuurlijk geen seconde-sport is, dus ging het allemaal wat gemoedelijker dan ik dacht. Wel begon ik me gelijk al met de rest van de organisatie verantwoordelijk te voelen voor al die kleine badmutsjes out there in zee. Als ze binnen kwamen, gaven we ze gauw water en noteerde ik met andere mensen de tijden. Omdat ik in het begin wat zenuwachtig was, werd ik vervolgens telkens goed gecontroleerd en werd vastgesteld dat hoe ik een 1 schrijf, echt niet geaccepteerd wordt als een 1 op Bali.

De eerste die binnenkwam van de 10 kilometer was binnen nog vóór de meerderheid van de 5k en het was een meisje! Dit zorgde voor algehele euforie bij de vrouwen. Daarna duurde het echter heel wat langer, nogmaals, oceanswimming is blijkbaar geen seconde-sport en uiteindelijk stond ik nog alleen met Wayan te wachten op de laaste zwemmer die er 4 uur, VIER UUR over gedaan had. Ondertussen was ik weer eens verbrand, wapperende vlaggen geven minder schaduw dan gedacht, maar dit keer was het mijn rechterkant dus in zekere zin was ik in balans. Verder heb ik Indonesisch en Wayan Nederlands leren tellen, en zorgde het woord ‘acht’ zodoende voor grote hilariteit! Het klinkt als een soort nies-geluid, volgens Wayan. Het was een gezellige dag, leuk om Kuta-beach op zo’n dag mee te maken, en met een voldaan gevoel keerde ik terug naar het hotel in Seminyak.

Bali Paragames

Enkele weken geleden was er weer een evenement, namelijk de Bali Paragames: een soort toernooi voor deelnemers aan de BSF programma’s in een sportcomplex bij Sanur. Inmiddels kende ik de mensen bij de BSF weer wat beter en er waren nog een hoop vrijwilligers, dus ik had weer zin om mee te werken. Het was leuk om ook de mensen die dus deelnemen aan de BSF te ontmoeten. Ik ontmoette bijvoorbeeld ‘Mister Deaf Indonesia’, ja dat is echt een heel ding zie ik nu het volg op Facebook, en was getuige van onder andere zwemwedstrijden en judo. Aan het eind van de dag was de finale van het rolstoelbasketbal een enorm spannende nagelbijter waarbij we af en toe niet door hadden dat we heel hard aan het aanmoedigen waren.
Het was heel bijzonder om te zien dat blinde kinderen, op een eiland waar leren kunnen zwemmen op zichzelf niet heel normaal is, zich makkelijk in het water redden! Ik wist nog een beetje gebarentaal, dus het was heel leuk om met enkele dove deelnemers te praten en het ging eigenlijk makkelijker dan met sommige niet-Engels sprekende Balinezen (niet beledigend bedoeld, het was gewoon echt grappig en gezellig). Daarnaast was het gewoon een sportdag zoals alle anderen met rondrennende kinderen, overal waterflesjes en ik was een beetje het ‘loopmeisje’ annex foldervouwer. Daarmee vermaakte ik me prima, want ik werd wel enthousiast van al die sportiviteit! (en ik weet nu hoe je een scorebord moet bedienen! Dat gaat op mijn CV!)

WP_20140726_004

gratis shirts zijn ook altijd oké!

WP_20140726_005

Tot zover deze intellectuele en sportieve uitstapjes; binnenkort (zaterdag 30 augustus) ben ik terug in Nederland, maar niet voordat ik u, lieve lezer, vertel over mijn avonturen op Java en Lombok. Tot dan!

Foto’s – no. 3

 

CIMG4184
De ‘twin peaks’. De linkerberg is Lempuyang, die ik beklommen heb.

CIMG4198
Mijn ‘woonkamer’ in de Puri

CIMG4247
Unieke schilderingen in Kerta Gosa, (rechtbank) Puri Klungkung

CIMG4320
traditionele fotoshoot van het bruidspaar

CIMG4342
Puputan-monument in traditionele witte kleding. In de vijver zwemmen heel veel vissen, daar staan de mensen naar te kijken..

CIMG4349
Een mistige ochtend op Pura Lempuyang.

CIMG4385
Taman Tirtaganga, zwemmen!

WP_20140629_005
Rijstveld bij Tirtaganga, let op de boer met zijn buffel en hond.

WP_20140706_015
Noor en Veerle bij Pura Tanah Lot.

WP_20140706_029
Tanah Lot.

WP_20140710_003
Noor bij Lezat, Candidasa

WP_20140710_008
Roze haan, Tenganan, Bali Aga.

WP_20140724_004
Mijn twee vrienden (In het donker, vandaar de ogen) aan het wachten tot ik zet geef wat ik aan het eten ben.

WP_20140804_002
Banana-pancakes bij Lezat 🙂

WP_20140810_004
Skateboardfestival Klungkung

WP_20140810_006
Cool Banana’s en Bente

Het vervolg op de Novelle (iets korter)

Dag allemaal,

Ik pak het verhaal gelijk op na mijn vorige avonturen, dus als je de novelle van vorige keer nog niet uit hebt, lees hem hier. Dit liedje had ik aan tijdens het schrijven: Carrie Hope Fletcher – The Way We Were. #vooralvoordevibenietdetekst

Na mijn dagje Klungkung had ik verder een rustig weekje, behalve dat er een bruiloft was in de Puri! Eén van de ‘neven’ ging trouwen (in de uitgebreide families is iedereen een ‘cousin’ dus vandaar dat ik niet heel goed weet hoe ik het anders moet zeggen…) De hele week zijn er dan ceremonies en hun echte feest was de zaterdag erna in Denpasar naar het schijnt. Maar één van de dagen was er de receptie voor de familie in de Puri. Het was heel grappig om mee te maken want het draaide eigenlijk om twee dingen: niet de bruid en de bruidegom, die bij de priester verschillende rituelen ondergingen, maar om eten en ontmoeten. Je gezicht laten zien is belangrijk, zodat men weet dat je op de bruiloft bent geweest. Verder is er uiteraard een buffet met lekker eten, dus de rij daarvoor was ook aardig lang. Maar het was heel tof om te zien dat heel de Puri versierd was en dat Maskerdam echt praktisch werd gebruikt voor dit feest. Het bruidspaar had twee shoots: een traditionele (voor Maskerdam met de oude meubels!) en een moderne (in 50’s stijl, heel tof) waarvan foto’s bij de ingang stonden. Interessant om te zien hoe traditie en cultuur gecombineerd wordt met de tegenwoordige tijd! Halverwege kwamen de bruid en de bruidegom binnen om op een speciaal voor hun gecreëerde plek neer te strijken en daar moesten ze dus heel de tijd zitten. Volgens veel Balinezen niet de meest comfortabele dag van de Bruiloft. Verder heb ik niet veel meer ervan meegekregen.

Overigens, doordat er in de familie iemand was overleden en nog niet gecremeerd, dus was de tempelceremonie in de Puri en niet in de familietempel zoals gebruikelijk is.
Het centrum van Denpasar en een kerk
Rodney en Putri waren overgekomen voor de bruiloft en dus reed ik met hen terug naar Denpasar op donderdag. Ik zou zaterdag namelijk gaan meehelpen bij de Paragames van de Bali Sport Foundation! En dan had ik gelijk een kans om zondag in DPS naar de kerk te gaan. De Paragames waren ontzettend leuk om mee te maken en ik kende hier nu al een aantal mensen, dus het was ook erg gezellig. Ik zal in een volgende blog nog meer hierover vertellen. Samen met Vicki, Rodney en Wayan hebben we ’s avonds op het strand in Sanur gegeten en in opdracht van een aantal Leidse vriendinnen heb ik toen mijn Bintang gemengd met citroenlimonade, bij gebrek aan een echte Radler. Het was niet zo lekker. Later bleek dat Bintang ook Radler verkoopt! Dus hierna heb ik niet meer mijn zielige variant van een citroenbiertje hoeven drinken, maar de echte Bintang Radler!

Vicki werkt dus voor de BSF en heeft jaren op Bali gewoond en woont nu weer in Klungkung. Vrienden van haar hebben een band en hebben vaak op zondag een jamsessie waar ze me voor uitnodigde, dus dat was een leuk vooruitzicht. Toen ik terugkwam van het strand bij de fabriek/mijn kamer, besloot ik de honden te voeren met koekjes. De kleine witte puppy is inmiddels al groter en enorm aanhankelijk, echt heel lief. De moeder is denk ik racistisch, want ze blaft alleen heel hard naar witte mensen, dus naar mij. Ik raakte aan de praat met één van de bakkers uit te fabriek, die als een van de weinigen daar heel goed Engels kan! Hij heeft ook altijd muziek aanstaan in de fabriek waar ik van meegeniet. Het was erg gezellig en later bleek dat hij op zondag naar de katholieke kerk gaat. We spraken af dat ik met hem en zijn gezin mee zou gaan de volgende dag naar de Franciscus Xaverius kerk. Ik wist niet zo goed wat ik moest verwachten, maar het was echt een hypermoderne en hele grote kerk. Er waren drie diensten op een dag, de middagdienst was Engels. In de dienst waar ik was, stonden mensen buiten, zo vol was het! Het koor zong prachtig en met dank aan een Engelse liturgie kreeg ik ook nog wat mee van de dienst. (Voor de kenners: ze zongen ook Shalom Chaverim in het Indonesisch, waarvan ik wel een beetje moest gniffelen.) Daarna ben ik gaan lopen en deels taxi-en naar het strand in Seminyak. De stroming was heel sterk en de zon heel fel. Om te voorkomen dat ik weer eens domweg verbrandde, ben ik met een motortaxi (stoer!) naar de binnenstad van Denpasar gereden. Daar heb ik zeker geen spijt van gehad, want het was zo leuk om weer eens in zo’n stadcentrum te zijn! Stedentrips zijn blijkbaar ‘echt mijn ding.’ Om preciezer te zijn, ik stopte bij het Puputan (rituele zelfmoord van de koning en zijn familie in plaats van overgave aan de Nederlanders)-monument, waar een groot park bij was. Toen zag ik wat Balinezen op hun vrije zondag doen! Er waren straatventers met voedsel, er klonk muziek uit luidsprekers en natuurlijk: groepen jongens waren aan het vliegeren. Verder was de speeltuin zo vol als ik nog nooit heb gezien bij een speeltuin. Rondom het grasveld en op de stoepen van de straten rondom zaten oudere heren in groepjes te schaken. Kortom, een goede vibe en ik liep echt te genieten en werd vooral ook aangestaard, want zo merkte ik, het strand is iets aantrekkelijker voor toeristen dan het puputanmonument. Op zich ook wel te begrijpen, want zo boeiend was het monument zelf eigenlijk niet.

Teruggekomen bij mijn kamer ging ik skypen met twee vriendinnen en dat ging in telegramstijl, omdat.de.verbinding.niet.heel.goed.was. Een uitdaging, maar vooral een nieuwe ervaring. ’s Avonds takeout gehaald bij Cabe Gebug, het enige restaurant echt in de buurt van de fabriek, waar ze me inmiddels wel kennen. Omdat het er vaak niet echt heel druk is, geloof ik, levert dit voor mij soms ongemakkelijke situaties op, maar goed.


Karangasem: Bergen, water en apen

De volgende dag reisde ik terug naar Karangasem en kwamen Helen en Noel langs in de Puri. Het was erg leuk om hen rond te leiden en daarnaast sprak ik met Noel af om met hun Balinese vriend Pura Lempuyang te beklimmen, dat is een berg met verschillende tempels. Ik had nog niet echt iets beklommen op Bali, dus het was de hoogste tijd! [spot de woordgrap]
Bali heeft 7 (?) heilige tempels, en dit is er één van. Ik had al twee andere bezocht: Tanah Lot en Pura Besakih. Elke (Hindu) Balinees bezoekt die tempels eens in de zoveel tijd, of in ieder geval, dat is het doel. Het ‘telt’ alleen als je er ook gaat bidden, dus mijn Tanah Lot en Pura Besakih telden niet mee.  Wat jammer nou!

De volgende dag zouden er ook crematies zijn, onder andere van iemand van de koninklijke familie, dus ik hoopte dat ik dat ook nog zou halen. Die dag waren er meerdere crematies, omdat dan de maanstand gunstig is. De volgende dag ging ik eerst ontbijten bij Helen, Noel en hun Balinese vriend vlakbij Tirtaganga. Bananapancakes zijn vanaf nu echt mijn favoriet geworden. Onze gastheer bleek weer familie te zijn van de mensen waarbij mijn zus in Tirtaganga was verbleven, dus dat was een grappige connectie. Het was heel leuk om met hem de berg te beklimmen, omdat we ook bij alle tempels stopten en gingen bidden. Eerst zag ik daar een beetje tegenop, maar het was wel erg interessant om te zien wat men nu precies doet als ze naar de tempels gaan, en uiteindelijk heb ik er maar mijn eigen pelgrims- of meditatietocht van gemaakt, en dat beviel eigenlijk prima. Deze klimtocht was anders dan al de andere bergen die ik tot nu toe had beklommen! Ten eerste, omdat het een heilige plek was, beklommen we de berg in een sarong. Vervolgens waren er over heel de berg trappen aangelegd, dus beklommen we tussen de 3000 en 6000 treden, het echte aantal is me nooit helemaal duidelijk geworden, maar de volgende dag vertelden mijn spieren me dat het er echt best wel wat waren. Ik vond het eigenlijk heel grappig om te bedenken dat in Europa je vaak profi-beklimmers tegenkomt, met bergschoenen, rugzakken et cetera. Hier kwam ik echt van allerlei mensen tegen, veelal op slippers en hun offers in een plastic zakje. Vooral gefascineerd was ik door de vrouwen die langs de trappen eten en drinken verkochten en die af en toe langs kwamen met een grote schaal met vanalles, op hun hoofd.

In deze tempel is vooral heilig water van belang. Men vult jerrycannetjes boven bij de bron om mee te nemen voor huisceremonies en crematies. Je wordt tijdens het bidden besprenkeld met heilig water en je kunt het drinken. Van al het gespetter schrok ik eigenlijk even, maar daar konden andere pelgrims wel om lachen. Bij elk altaar over de berg verspreid, zit een priester en bovenop de berg is de heiligste tempel met de hogepriester. Voor je daar aankomt, moest je echter door een apenbos. Van tevoren was ik al gewaarschuwd voor deze apen: sieraden, eten en losse ornamenten wegstoppen, want ze kunnen het allemaal afpakken. We hadden ook stokken mee voor de zekerheid. Bij het apenbos aangekomen echter, bleek de situatie vrij serieus te zijn: er waren de afgelopen weken een aantal mensen aangevallen, en de apen werden agressief. Er liepen daarom mannen met geweren (!) rond, die ons aanspoorden bij elkaar te blijven, niet stil te staan en op je hoede te zijn. Ik werd toch wel een beetje zenuwachtig! Ondanks dat heb ik geen aap gezien en ben ik dus heelhuids weer terug gekomen. Onze Balinese vriend en gids vertelde overigens dat hij volleybalde, en dat ze ook een onderlinge competitie hebben. Daar ga ik dus zeker nog een keer bij kijken. Ik vind het heel grappig dat juist volleybal of all sports hier heel populair is, en toen ik er op ging letten zag ik ook overal speelveldjes.

Dat terzijde, het uitzicht vanaf de berg was echt fantastisch en we konden zowel de noordelijke als oostelijke kustlijn zien, en dan besef je weer dat Bali niet eens zo’n groot eiland is. Beneden aangekomen was ik moe maar voldaan en heb ik nog met Noel en Helen geluncht en een creatieve route teruggenomen. Hierbij heb ik besloten een stukje te filmen tijdens het rijden, en dat is tegen alle verwachtingen in goed afgelopen, dus vraag vooral als ik terug ben of je dit filmpje mag zien. Het was toen al zo laat, dat ik van de crematie alleen het verbranden van de toren en versieringen heb meegemaakt maar dat vond ik eigenlijk niet zo erg, want die crematies schijnen heel druk te zijn. Daarnaast bleef ik het toch een heftig idee vinden, hoewel het voor Balinezen niet als een heel emotionele gebeurtenis wordt beschouwd. Wel vond ik het interessant om na alle foto’s van crematies uit 1930 zien, het nu ‘in het echt’ mee te maken. Deze ceremonie is al honderden jaren hetzelfde!

De rest van de week heb ik rustig aan gedaan en nog een tijdje met mijn laptop gewerkt bij Vincent’s in Candidasa. Het werkt voor mij wel om even in zo’n omgeving te zitten, en de obers vonden het geloof ik vooral erg grappig. Als je er ooit bent: de muziek is fantastisch (jazz-pop) en de mango-milkshakes zijn zo lekker dat ik elke dag overweeg om alleen daarvoor al even langs te gaan. Op aanraden van Helen heb ik daarnaast nog een toffe lunchplek gevonden in de buurt, met westers eten en tussen de rijstvelden, en die dag ben ik gaan zwemmen in het waterpaleis bij Tirtaganga. Iets dat ik moest meemaken van mezelf en het was ook heerlijk om in het water te zijn. Wel een beetje vreemd, zo in je eentje en met allerlei spelende Balinese kinderen, die ‘per ongeluk’ tegen je aan zwemmen, maar hé, je zwemt wel in heilig water in een watertuin op Bali, dus dan mag je niet echt klagen.

Rockster in Klungkung
De zondag erna, we schrijven inmiddels 3 augustus, ging ik naar de jamsessie van Vicki’s vrienden in Klungkung. Het was een soort vertrouwd om een soundcheck te horen en grote versterkers te zien. De muziek, oude rock ’n roll en meer, vond ik ook erg leuk en er waren nog meer gezellige Balinezen en Australiërs, dus al met al een geslaagde middag. Ik hoorde alleen die dag ook dat John Mayer, mijn muzikale held, een van die weken op Bali was geweest zonder dat ik het wist uiteraard. Dat was een kleine domper op de feestvreugde. ’s Avonds gingen we eten bij de familie van één van de bandleden waarna ik van de algemene hobby, biertjes drinken op het schoolplein, heb genoten. We hebben het niet over middelbare scholieren en daarom vond ik het extra grappig. Daarna ben ik Vicki blijven slapen, waarbij ik de haan waarover ze al eerder had verteld, aan den lijve heb meegemaakt. Hij staat naast haar slaapkamerraam en kraait steevast om 4 uur ’s ochtends. Niemand gelooft hoe erg het is tot ie het meemaakt, en dus moesten we om 4 uur ‘s ochtends vooral heel hard lachen. De dinsdag erna ben ik met de boot naar Lombok vertrokken, waarover ik later blog. Ik heb nu al drie of vier volgende blogs beloofd, en die komen er ook echt aan! Ook nog het vermelden waard, ik durf nu al wat meer Indonesisch te praten, met de 10 woorden die ik kan, en dan kom je toch nog aardig ver! Dus dat is een leuke les.

Vrijdag kwam ik terug van Lombok en toen ben ik naar de band geweest die ik zondag had gezien, ze speelden in een café in Candidasa. Hier komt mijn kleine rockster-episode die ik uiteraard jullie niet wil onthouden, maar het is misschien een stuk minder spectaculair dan verwacht, dus bereid je voor op een anticlimax. Inmiddels was de band erachter gekomen dat ik zing, en dus, omdat wel vaker mensen meezingen, werd ik overgehaald ook een liedje mee te doen. Ik was niet zo moeilijk over te halen, want het was een soort levende karaokemachine! Eén liedje werd drie en als laatste zong ik mee met het duet ‘Jackson’ van Johnny Cash&June Carter. (Voor de kenners: de leadzanger zingt Cash bijna beter dan Cash zelf.) Later begreep ik dat ze zondag op een skate-festival in Klungkung zouden spelen, samen met nog veel meer bandjes. Grappig, dacht ik. En ik weet niet hoe, maar alsof dit heel normaal was, bespraken we ineens welk liedje ik daar ging zingen en werd het allemaal wel een heel serieuze grap. Omdat ik Jackson wel leuk vond om te herhalen, want deze jongens speelde de echte rock ’n roll en rockabilly, hadden we dus een afspraak en zou ik hen zondag om 2 uur (of half 1 of half 11, het was nog niet echt duidelijk) ontmoeten. Aangekomen in Klungkung, kon ik niet om de hipsters, punkers en skaters heen, leuk om ‘de jeugd’ van Klungkung te zien en hoe zo’n straatfestival hier was. Het was goed geregeld, vond ik, en het podium zag er echt tof uit! Het duurde nog wel even tot we op moesten, en dus kreeg ik een korte rondleiding in de Puri Klungkung, waar één van de bandleden woont. Uiteindelijk gingen we spelen, en ik vergat hilarisch mijn tekst, maar dat maakte niet echt uit, want
1. Niemand daar kent of verstaat de tekst echt goed en 2. In dit liedje kun je gewoon altijd een beetje het zelfde zingen, (I’m going to Jackson…) en het klinkt alsnog goed.
Het enige hier tegen in te brengen is dat als je met iemand zingt die de tekst wel kent, het een lichte uitdaging wordt.

Na het zingen gingen we weer eten, en met een aantal mensen kletsen op het schoolplein en toen werd het voor mij tijd om met de scooter voor het eerst helemaal naar het zuiden te rijden, want de volgende ochtend vertrok mijn vliegtuig naar: Jakarta!

En dat lieve lezers, is het einde van dit verhaal. De volgende blog gaat eindelijk over de Conferentie en de Sport Foundation, en is al bijna af, dus die komt echt, echt, snel. Gaaaaaaf!
Of, als je dat echt saai of stom vindt klinken, dan zou ik deze site voorlopig even mijden.

Bedankt voor het lezen, terima kasih

Bente
(of Bintang, zoals iemand vertelde dat hij mijn naam onthield)

 

I’m still here!

Lieve mensen,

op uw aller (?) verzoek. Ik ben er nog! En zeker ook leuke dingen aan het beleven. Maar op één of andere manier kwam het schrijven van die blog er niet van. Ik heb er een aantal in de coulissen staan, dus als jullie lief zijn dan krijgen jullie er zo snel mogelijk nog één!

Eerst een update: Het museumproject waar ik maanden zo enthousiast over heb verteld, is helaas iets minder succesvol gebleken. Dit kwam niet door iemand in het bijzonder, maar het ligt toch wat gevoelig in de familie, dus hebben we het een aantal weken geleden op een lager pitje gezet. Ook dat is Indonesië en zoals mijn stagebegeleider van de Universiteit het schreef: ‘alleen maar leerzaam al die sociale verwikkelingen’, dus zo sta ik er dan ook in! Ik vind het wel jammer van de enorm interessante geschiedenis die nu deels niet overgebracht kan worden.

Mijn stage is niet voorbij, want de Historical Society waar ik officieel stage voorloop houdt zich ook nog met andere dingen bezig. Ten eerste is er de presentatie van een boek waar Rodney, Prof. Vickers uit Australië en nog een familielid al heel lang aan werken. Ik heb proefgelezen en wat Nederlandse woorden en termen aangepast, (‘tjjdscrif’ is niet echt een Nederlands woord). Omdat er nog veel meer te schrijven valt over de familie en mijn werkstuk ook wel interessante informatie had, ben ik nu bezig om daar onderzoek naar te doen en gaat er misschien/waarschijnlijk daar een boek over komen! Hiervoor ga ik aankomende week (11-14 aug) naar het nationaal archief in Jakarta en ik ben afgelopen week naar Lombok geweest. Dus. Dat soort dingen.

To zover de Update, tijd voor de inhaalslag!

(tijdens het schrijven luisterde ik ‘I’m on fire’, gecoverd door John Mayer,#vooralvoordevibenietdetekst, luister hier)

Ik heb jullie achtergelaten op 4 juli. Ik was toen in de Puri. Zaterdag zou mijn zus en haar reisgenootje aankomen op Bali en zondag was de Bali Ocean Swim van de Sport Foundation waarbij ik ging meehelpen. Dit alles vond plaats in het zuiden, dus om een lang verhaal kort te maken, Rodney en Wayan kwamen richting Amlapura en ik reed mee terug naar Denpasar. Onderweg bespraken Rodney en ik de plannen over het museum en de andere boek-ideeën waar we het al eerder over hadden gehad. We maakten een tussenstop in Candidasa bij een heel tof restaurant aan zee, Lezat(waar ik hierna nog een aantal keer ben geweest, het is een beetje mijn favo). Bij de lunch ontmoette ik ook wat Australische kennissen van Rodney, waaronder Vicki die ook voor de Sport Foundation werkt. De anderen waren op vakantie en zijn allemaal al vaker of langer op Bali geweest. Erg grappig om met hen kennis te maken, want tot dan toe had ik nog niet zoveel Australiërs ontmoet. Australiërs zijn hier best berucht omdat het vooral deze Crocodile Dundees zijn die in het übertoeristische zuiden rondrennen. Deze Australiërs gaven daar juist allemaal enorm op af, dus het was eigenlijk erg grappig. De woorden pardon, bagoon, love en mate vlogen me daarnaast om de oren.

Ik verbleef weer bij de fabriek en heb zaterdag gewerkt in het kantoortje van de BSF. ’s Middags ben ik al lekker op tijd naar het hotel in Seminyak gegaan dat mijn zus Noor en haar reisgenootje Veerle *let op: dit is niet mijn andere zus! Ik zeg het één keer ja* dat vlakbij het strand lag. Seminyak is één van de duurste plaatsen op Bali, en daar was ik nog niet echt geweest, dus ik keek mijn ogen uit! Vooral om alle witte mensen die er, eh, toeristisch uitzagen. Van alle heerlijkheden die het hotel te bieden had, keek ik eigenlijk het meest uit naar de douche. En de tv stiekem ook. Dus daar heb ik even flink van genoten en toen ben ik aan het strand gaan eten. En ja, dat was ook genieten! Met zitzakken, lampionnetjes, kortom een heerlijk sfeertje. Als toppunt van mijn geluk gingen er twee mannen akoestische (blues)gitaar spelen. Na het eten heb ik wat over het strand gelopen, maar dat was eigenlijk om mezelf moed in te praten, om te vragen: ‘Mag ik met jullie meezingen’? Dat mocht! Dus ik daar stikzenuwachtig ‘Hallelujah’ van Cohen, ‘Sound of Silence’ van Simon &Garfunkel en ‘Wonderful Tonight’ van Clapton gezongen. Zoals mijn vader zegt: muziek gaat over alle grenzen, en dat was ook zo, want het was superleuk om met hen te spelen, en ze waren erg goed!

Ik moest nog even wachten op  Noor en Veerle, maar gelukkig had hun vlucht slechts vertraging en was alles goed, behalve dat Veerle een kotsende Noor over het vliegveld had moeten slepen. Een beetje bleek en verreisd dus wel, maar ik kon haar toen toch echt in mijn armen sluiten! Tijd voor een Bintangetje om het te vieren.

Veerle heeft me wel gelijk beïnvloed: in Indonesië zijn er de zogenaamde kreteksigaretten, met kruidnagel. Het ruikt echt, echt lekker. En daarnaast zit er een soort suiker in het filter. Ik neem een aantal pakjes mee terug voor de liefhebbers. (NEE JONGENS, IK BEN NIET GELIJK VERSLAAFD AAN ROKEN, GEEN ZORGEN en Veerle voel je niet schuldig).

Zondag moest ik heel vroeg op voor de Bali Ocean Swim op Kuta Beach. Fun fact: toen ik wakker werd was het voetbal van Nederland nog niet afgelopen en dus zat ik te spacen in de taxi bij de Liveblog van Studio Sport. We hadden gewonnen! Ik weet alleen niet meer tegen wie. Die ene met de penalty’s (ha-ha, de eerste wedstrijd met penalty’s dus). Van de BOS doe ik verslag in een later blogje. Aan het eind van de middag kwam ik terug in het hotel en ben ik even snel het strand opgerend en de zee in. Voor de zonsondergang hadden Noor, Veer en ik een spectaculair plan, namelijk om die te bekijken in de tempel bij Tanah Lot. De tocht ging langs de achterafstraatjes van Seminyak en hoe opvallend is het dat je zodra je de grote hoofdstraten uit bent geen toerist meer ziet! Voor Veerle en Noor die vanaf Sumatra in een enorme cultuurshock terecht waren gekomen een fijne geruststelling om kleine Warungs en rijstvelden te zien.

De tempel was mooi, of eigenlijk vooral het gebied eromheen, want het ligt op een soort klif aan de zee. Verschillende nationaliteiten gaan blijkbaar naar verschillende bestemmingen op Bali: in het Zuiden heersen de Australiërs, in het oosten zijn veel Duitsers en Nederlanders te vinden en daar in Tanah Lot overheersten de Aziaten. Blijkbaar is het een ding om voor je Samsungtelefoon een statief te kopen. Nadat wij zelf ook een aantal keer op de foto werden gezet en niét de holy snake (dit was letterlijk een heilige slang in een soort grot) bezochten, maar wel een baby met een hele grote slang zagen knuffelen, werd het ons allemaal een beetje te gek. De zonsondergang was het echter allemaal waard, en na een aantal lesjes afdingen van meesterreizigers Noor en Veer vertrokken we weer naar ons hotel.

Maandagochtend vertrokken zij naar Ubud, terwijl ik nog verder bleef werken in Denpasar. Ook had ik twee sollicitatiegesprekken over Skype! Helaas zijn beiden het niet geworden. Maar ik denk niet dat ik ooit nog op zo’n grappige manier een sollicitatiegesprek zal voeren: in een containerkantoor met Indonesische muziek en het geklets van Balinese atleten op de achtergrond. Inmiddels heb ik Rudy, die op het kantoor werkt, aardig leren kennen, dus het is altijd gezellig om daar te zijn.

De taxichauffeur waar ik een van deze dagen mee reisde, was een waar genot voor mijn historische hart: zodra ik vertelde over mijn stage, (want ja, dat doe ik altijd maar gewoon, benieuwd naar de reacties van Balinezen) zei hij: ‘oh, ja, er is hier natuurlijk veel te bestuderen aan Nederlandse geschiedenis, vanwege de vroegere kolonie.’ Dit was voor het eerst dat iemand niet bijna direct over voetbal begon, dus de man heeft een speciaal plekje in mijn hart.

Woensdag vertrok ik naar Amlapura, waar ik eerst met Rodney en zijn Noorse neef en diens vrienden heb geluncht (bij Lezat! Hoofdonderwerp van het gesprek: de Noorse cabariers Ylvis en hun nummer ‘the Fox’) en daarvoor voor het eerst zelf voorbij het kleine bergpasje naar Candidasa ben gereden, was het ’s middags tijd om Noor en Veerle mijn paleis te laten zien!  Ook zijn we naar het waterpaleis Taman Ujung gereden. Was dit de vorige keer dat ik er was helemaal verlaten, nu liepen er er allemaal Balinezen en was er een bruidsshoot. Het was die dag trouwens ook de dag van de presidentsverkiezingenen, en die waren een pretty big deal, ik ga er in een andere blog verder op in.

De meiden verbleven in Tirtagangga, bij het andere waterpaleis. In de tuin zelf is een mooi restaurant en we besloten daar te gaan eten. Dit was echt prachtig, vooral de sfeer doordat het over de –donkere- tuin, rijstvelden en heuvels uitkeek, het was haast sprookjesachtig.  De playlist was minder sprookjesachtig en vooral erg jaren ’90, maar dan de goede soort jaren ’90 die eigenlijk alleen maar aan ons vakantiegevoel toevoegden. Donderdag hebben we Bali Aga bezocht, een traditioneel dorp van de oorspronkelijke bewoners van Bali (voor de komst van de Hindoes, voor degenen die opgelet hebben bij mijn geschiedenislesje) inclusief roze geverfde hanen, en daarna zijn we doorgetoerd naar White Sand Beach. Dit is een baaitje tussen de rotsen, dat ondanks dat je het even moet vinden behoorlijk populair is. De bereikbaarheid zorgt er dus juist voor dat het leuk en mooi blijft, en dat was het dan ook!

We hadden geluncht bij Lezat en zijn ’s avonds naar de markt hier in Amlapura gegaan, om allerlei lokaal voedsel te halen dat we bij mij in de Puri hebben opgegeten. De mensen op de markt keken ons heel verbaasd aan, maar waren des te enthousiaster dat we allerlei random voedsel bestelden. Of ze gezond zijn of juist oud, ik weet het niet, maar Noor en Veer lagen alweer vroeg in hun bedje, en dus ik ook!

Vrijdag hebben we Tirtagangga bezocht en zijn we daarna naar Lake Batur gereden, met als tussenstop Pura Besakih, de grootste tempel van Bali. Dit was tenminste de planning, want na wat problemen en frustaties  met de route, en nou ja omdat we de omgeving ook leuk vonden om te zien, was het al heel laat toen we bij de tempel aankwamen en zijn we daarna dus weer terug gegaan. Op de heen weg hadden we zin om ergens te drinken en reden we langs een modern uitziend complex, een restaurant waar we wel wat wilden drinken. Dachten we. We kregen wel thee, maar het was geen restaurant maar een Ashram. Niets negatiefs over Ahrams en alles op zich, maar deze ervaarden we als we lichtelijk bizar en zodra we ons beleefd uit de voeten konden maken hebben we dat maar gedaan. De route bleef erg mooi en het werd haast koud, want we reden steeds meer de bergen in. Het werd hier ook wat bewolkter. Bij de tempel aangekomen was het precies zoals Besakih in elke reisgids beschreven staat: een tempel vol met stalletjes waar je aan je armen wordt getrokken door ‘gidsen’ en andere grappenmakers. Gelukkig was ik met de zoals eerder vermelde meesterreizigers, dus dat kwam eigenlijk allemaal wel goed, en onze uiteindelijke gids wist veel te vertellen en de tempel, en het uitzicht, was erg tof om te zien! Met de achtergrondinformatie die ik nu steeds meer heb over Balinese cultuur wordt zoiets veel interessanter dan ik had verwacht!

Terug zijn we snel langs de Ashram gesjeest en waren we nog redelijk op tijd terug. De volgende dag was het tijd voor een nieuw avontuur: we vetrokken van zaterdag tot en met dinsdag naar Flores!

*ik zou nu een pauze nemen en morgen verder lezen als ik jou was. Serieus. Ik weet wel wat ik zou doen als ik de keuze had.*

Flores

Flores is een eiland een stuk oostelijker van Bali en qua natuur zit je hier al veel meer in Oceanië (denk Papua). Mij deed het soms haast aan als de Pacific, en ik vond de natuur hier in ieder geval prachtig! Het is wat droger en erg vulkanisch, het hele eiland bestaat eigenlijk uit kleine puntige heuveltjes, samen met alle eilandjes eromheen. Flores werd ontdekt door de Portugezen en het eiland is daarom katholiek, maar er wonen ook veel moslims. Dit alles zorgt weer voor een heel andere cultuur dan Bali. Flores is heel groot, maar wij hadden maar beperkte tijd en vlogen alleen naar Lebuhan Bajo. De voornaamse activiteiten hier zijn snorkelen en trips naar KOMODO-EILAND! Komodo en Rinca zijn de enige eilanden ter wereld waar de Komodovaranen (dragons) leven. Laten we hen omschrijven als hele grote gekko’s, maar dan giftig. En ze eten bijvoorbeeld koeien. Of baby-komodo’s. Die kauwen ze niet, maar eten ze zoals slangen, in één stuk. Ja, deze informatie wist ik allemaal al voordat ik naar Flores vloog, en toch was ik enthousiast om te gaan! Noem het het ultieme ‘Freek-Vonk-gevoel’, ik weet het ook niet. De komodo’s zijn niet de enige grote beesten van Flores. De insecten zijn hier zo mogelijk nog groter dan op Bali, en om mijn beestjes-blog aan te vullen: als een tor zo groot is dat je denkt dat er een baby-vleermuis binnenvliegt, dan gaat er iets niet goed geloof ik.

We verbleven in het relatief nieuwe Sylvia Resort, en dat was erg mooi, met strand, zwembad en heerlijke bedden. We hadden dan ook besloten deze dagen ook lekker te gaan relaxen. En op het strand met onze bintangetjes, kretetksigaretjes, ligbedden en zonsondergang waren we echt in een tropisch paradijs! De weg naar het hotel was het enige minpuntje: die was nog niet helemaal, of helemaal niet, bestraat en dus een uitdaging elke keer dat we met shuttles van het hotel heen en weer toerden.

Labuhan Bajo was best wel arm viel ons op, en toerisme staat hier deels nog in de kinderschoenen. Toch zijn er een aantal grote resorts en een aantal hippe eettenten, waar dan ineens ALLE toeristen aan het eten zijn. Waarom begrepen wij ook nadat we er geweest waren, het was gewoon erg goed. We boekten bij een toeristenbureautje een tocht voor maandag om naar Komodo te varen en te gaan snorkelen. Door het koraal zijn hier een aantal pink beaches, dus dat klonk interessant. De boottocht zou wel een aantal uur duren, en wij zagen uit naar een dagje op zee!

Helaas was het juist die dag bewolkt, regenachtig, en ja.. een beetje koud! Van de heenreis heb ik niet veel meegekregen dankzij de anti-zeeziek-pil die bij mij vaak als slaappil werkt. Aangekomen op Komodo was alles relatief goed geregeld en al snel stonden we met onze gids (voor de kenners, ik ben ervan overtuigd dat Zayn van One Direction een Indonesisch halfbroertje heeft) klaar om op een wandeltocht te gaan. Het wapen dat de gidsen meehebben tegen de monsters is een stok. Een stok met een V aan het eind. Gezien mijn angst voor giftige reuzenreptielen leek me dat niet toereikend, maar de gidsen waren erg capabel vond ik, dus vol vertrouwen begon ik aan de tocht, en we hebben twee varanen gespot! Daarnaast zat het eiland vol kakatoes en andere vogels, dus ik vond de tocht wel geslaagd. Terug op de boot werden bij Pink Beach gedropt, waar ik vaststelde dat er inderdaad wat roze zandkorreltjes tussen het zand waren en dat ik snorkelen wél leuk vond! De hele cast van Finding Nemo kwam ook nog voorbij zwemmen, en toen besefte ik me ineens weer even wat een enorm surreële belevenis dit allemaal voor mij was. Aan de andere kant van de wereld, met een duikbril op je snufferd van een bootje springen en ronddobberen: Blessed! En een beetje koud toen we weer aan boord stapten.

In ieder geval, de kapitein en de andere twee bemanningsleden hebben geloof ik wel een leuke dag met ons gehad.

Teruggekomen hebben we verder gerelaxed, en stapten we in ons bedje met een sms van de vliegmaatschappij dat onze vlucht vervroegd was. Een halve dinsdag zou nu een kort ochtendje te worden. Dinsdagochtend werd ik wakker in een ander universum, want ik was in plaats van met twee hippe yuppen op pad met ‘de zonnebloem’ met gewrichtspijnen en ander leed. Als jonge blom van het stel voelde ik me gelukkig niet ziek, zwak of misselijk en zonder reispil niet eens moe, dus zullen we het maar wijten aan het feit dat 28 echt al heel oud is.

Aangekomen op het vliegveld bleek onze vlucht niet vervroegd, maar verplaatst te zijn naar de volgende dag. Die dag moesten Veerle en Noor terugvliegen naar Jakarta, dus na lang eisen en overleggen konden we gelukkig nog mee met de vlucht van dinsdag! Tot zover het feest van Indonesische binnenlandse vluchten. Maar op zich, als je weet dat je moet wachten, valt het allemaal reuze mee hoor.

Terug op Bali nam ik afscheid van mijn zus en Veerle. Meiden, bedankt voor de leuke dagen! Zo leuk om deze tijd met jullie te kunnen delen.

Omdat ik aan het boek van Rodney en prof Vickers zou gaan werken bij de uitgever, Sarita, kon ik bij haar komen slapen. Zij woont op een prachtige plek in Sanur, (ze heeft ook een Bed&Breakfast in Sanur, Ocean View, aanrader en geen sluikreclame!) dus het vakantiegevoel hield nog even aan. Daarnaast was het heerlijk om even in een huiselijke omgeving te zijn en samen te eten, én: Sarita heeft een aantal (aaibare) honden rondlopen. Het gevolg hiervan is het ultieme geluk dat je in mijn oogjes ziet op mijn huidige FB-profielfoto 😉

Bij Sarita ontmoette ik Noel en Helen, een echtpaar uit Nieuw-Zeeland die in Bali waren voor vakantie en omdat Noel met Sarita aan een boek werkt. Twee superaardige mensen die mij onderstrooiden met tips en mooie verhalen. Helen gaf me allerlei tips voor restaurantjes in de omgeving van de Puri. Sarita’s kinderen kwamen ook langs de dag erna, en een aantal van hen had ik al ontmoet, dus was gezellig om hen weer te spreken. Onyk en Koman zijn net nieuwe eigenaren van de EcoCycling in Ubud, dus wederom: als je naar Ubud gaat… aanrader!

Donderdag was het weer tijd om te kijken hoe ‘mijn paleis’ erbij stond en dus vertrok ik naar Amlapura. Op aanraden van Sarita nam ik de backpackersbus, die geen tijd, maar wel geld bespaart en een mooie route rijd. Maar vooral vond ik het leuk om even in het backpackerswereldje te belanden. Omdat ik lang op één plek blijf en niet echt op de backpackersplekken ben, krijg ik daar niet altijd veel van mee, dus het was weer een leuke nieuwe ervaring.

Een van die dagen is die vliegramp in Oekraïne gebeurd. Ik was erg blij dat mijn zus veilig thuisgekomen was vanaf hier, maar wat een enorme schok. Heel bizar. Ook gek om dat vanaf hier te beleven, want van wat ik meekreeg was het wel duidelijk dat het heel Nederland zich hiermee bezighield, terwijl ik niets hoorde behalve whatsapp en NOS.nl. Westerse mensen die ik sprak, begonnen ook gelijk over de vliegramp van ‘mijn land’, dus daaraan merkte ik wel hoeveel impact dit had.

Terug in de Puri hield ik iets van de reislust vast en besloot ik zondag naar Klungkung en White Sand Beach te gaan. Klungkung is op ongeveer een uur weg, (heeeel ver voor Balinese begrippen) en een moderne Balinese stad met in het hart een puputanmonument en ook een oud stuk puri met een museum. In mijn blog over geschiedenis kun je meer lezen over de betekenis van Klungkung. Ik vond het in verband met mijn stage heel leuk om te zien hoe men hier het museum had vormgegeven en hoe dit dus kan in deze omgeving in vergelijking met ‘mijn puri’. De uitwerking is volgens moderne museologie vast erg amateuristisch, maar wel informatief en er waren veel interessante objecten. Klungkung vond ik ook gewoon een erg leuke stad, en ik voelde me helemaal een toerist op een stedentrip. Ik besloot ook de grote markt in Klungkung te bezoeken waar ik een mooie sarong op de kop heb getikt. Mensen waren hier zó vriendelijk en ik voelde me helemaal op mijn gemak. Op een grote, drukke markt in Indonesië vond ik dat best bijzonder :). Het werd nog bijzonderder toen ik ergens midden en onderin de markt Noel en Helen haast letterlijk tegen het lijf liep! Ook zij hadden besloten die dag naar de markt te gaan, maar dat we elkaar precies daar tegenkwamen was zo gek dat ik echt even nog een paar keer goed moest kijken. Na een rondje met hen gelopen te hebben spraken we af dat ik hen nog zou ontmoeten in Amlapura.

Voordat deze blog uitmond in een korte novelle, ga ik gauw afsluiten. Ik heb de blog niet heel goed geredigeerd, dus misschien is het niet goed leesbaar of onduidelijk, maar ik denk dat het meeste wel overkomt 😉

De rest van de avonturen van de afgelopen weken zal ik jullie zo snel mogelijk onthullen. Tot dan: dank voor de support en leuke comments en ik hoop dat iedereen geniet van zijn of haar vakantie!

Besos from Bali,

Bente

 

Beestjes

Dag allemaal!

Jullie kennen mij natuurlijk als een echte dierenvriend. Ook in Bali zijn er dieren, maar vooral heel veel beestjes.

Het begint allemaal heel idyllisch: zo is er de witte puppy in Denpasar die altijd vrolijk op mij afgehuppeld komt en ik heb vriendschap gesloten met het kleine katje dat telkens langs rent in de Puri. Ik ben er zeker van dat het wederzijds is. Ik heb hem Maus gedoopt, en af en toe geef ik hem etensrestjes. Dit heeft geresulteerd in een inmiddels enorme brutale Maus, die om het hoekje van mijn kamer komt kijken of de tafel opspringt als ik wegloop van mijn bord. Geen zorgen, dat wordt natuurlijk niet getolereerd.
Nog een interessant detail aan het verhaal is dat ik heb ontdekt dat er niet één Maus is, maar het er twee zijn. Eén is de brutale, de andere is kleiner en rent constant weg voor zowel de andere Maus als mij. Mijn vriendschap is dus iets minder exclusief dan ik dacht.  (ja, ik heb het nog eens gelezen, maar die grammaticale ‘als-mij’ constructie klopt)

Mijn dierenavonturen nemen echter een nog veel grimmigere wending.

Laatst wilde ik nog wat afwassen en liep ik de keuken binnen. Hagedisjes rennen hier voortdurend rond, dus daar kijk ik niet van op. Maar toen ik vorige week de keukendeur opendeed en het licht aan, schoot er echt een monster achter het fornuis. Nou ja, monster: groter dan ik tot nu toe had gezien en ook groter dan schattig is. Ik vermande me, en ontdekte dat dit de beroemde gekko’s zijn: ze maken een gek geluid en zitten overal achter kasten en op de muur. Ze zijn denk ik ongeveer 30 centimeter lang. Ze zijn niet gevaarlijk en heel schuw, maar kunnen wel naar je ‘zitten te loeren’. Een paar dagen geleden lag ik in mijn bed toen ik twee ogen op me gericht voelde. Juist ja, de gekko’s hadden ook mijn kamer bereikt. Met dank aan de klamboe heb ik nog wel geslapen, maar met het licht aan, zodat Mr. Gecko fijn achter de kast bleef. Fun fact: in de negentiende eeuw zou de opiumrook zou intens zijn in de koninklijke paleizen op Bali, dat de gekko’s stoned van muur vielen.

Alle schrik was echter nog niets vergeleken bij De Spin.
Vlak voor ik hierheen ging, riep iemand nog uit: ‘maar Ben, hoe kun jij naar Indonesië gaan als je zo bang bent voor spinnen?’ Dat, lieve lezer, vroeg ik me eigenlijk ook af. Mijn angst voor spinnen staat absoluut hoog in de top vijf van angsten die ik voor deze reis had. Er is een reden dat ik onder een klamboe slaap, en dat is niet omdat er malaria op Bali voorkomt. Enfin, de eerste paar weken heeft dit land me enorm positief verrast op dit gebied. Slechts twee kleine exemplaren die zelfs ik nog aankon, heb ik hoeven doden verwijderen.

Je voelt het aankomen. Vanuit deze fase werd ik met een klap in de realiteit gebracht.

Ik besloot nog even te gaan douchen, want deze warmte gaat je niet in de koude kleren zitten (goede woorspeling hè, nou). Ik hing mijn kleren op in de douche, toen ik per ongeluk iets liet vallen in een hoekje. En toen gebeurde het. Er ratelde iets naar boven waarvan ik de grootte en vorm nog niet eerder aanschouwd had. Ik krijg nu ik dit typ weer kippenvel. Het was Een Spin. Op een randje bleef hij me zitten aanstaren. Na een aantal minuten bevroren stil te staan, heb ik getest of hij reageerde op geluid. Dat deed hij niet. Ik durfde naar de wc, alert op elke beweging van zijn kant. In ijzige stilte heb ik mijn kleren gepakt, de deur uitgestapt, het licht uitgedaan. Zulke reuzen moet je bevechten als het dag is.

Sindsdien ben ik enorm gegroeid. Ik ontdekte een zo mogelijk nog groter exemplaar in mijn slaapkamer. Uitroeipogingen werkten niet, dus heb ik mijn klamboe-mantra herhaald en zelfs nog in die kamer geslapen! Een ander spinnenmonster, dat echt, écht, heel groot was, heb ik eerst gefotografeerd, vervolgens aan mijn zussen gestuurd voor medeleven en daarop ben ik even in een andere ruimte gaan zitten. Inmiddels heb ik geobserveerd dat alles hier heel groot is: torren, vlinders, hommels, kakkerlakken… Leuk, maar grote insecten zijn zeg maar echt niet mijn ding.

Vanuit al deze ellende heb ik een effectief verdedigingsmechanisme aangeleerd: ik neem even afstand, doe het licht aan en staar naar het beest. Als ik dan de acceptatiefase heb bereikt, doe ik op mijn qui vive wat ik moet doen, ondertussen mijn ogen op het beest, en loop vervolgens beheerst weg. Om elke insectenhater een hart onder de riem te steken: als ik het kan, kan jij het ook!

Niet eng, maar wel in grote getale aanwezig zijn de mieren. In werkelijk álle formaten. Laat je wat etensresten liggen, dan is er in no time een spoor gevormd, een soort vierbaanse snelweg die alle kleine beestjes effectief vervoert naar de voedingsbron. Het makkelijke is dat je alleen maar die route hoeft weg te vegen om gelijk van het hele volk af te zijn. As simple as that.

Tot slot nog iets dat ik van mij af moet schrijven om te verwerken. Op de scooter zag ik langs de weg een hond hinken. Honden met drie poten hebben we vaker gezien, dus dat kon ik aan. Maar het viel me op dat op de plek van de ontbrekende poot iets hing, dat op een soort balletje met touwtjes leek. ‘Wat grappig,’ dacht ik nog, onwetend, ‘de mensen hebben iets aan het stompje gehangen,’ en ik bekeek het al rijdend iets beter. Niet dus. Het was een openliggend stuk poot, waar het voetje nog aan hing, maar de pezen of het bot in losse strengen erbij hingen. Ik weet niet of je dit wilt lezen en of ik het enigszins begrijpelijk beschrijf, maar elke keer als ik op de scooter stap, word ik weer even misselijk. Maar: ik ben niet afgestapt om het dier te adopteren of een dure operatie te beloven en heb me nog niet aangemeld als vrijwilliger bij een animal shelter. Jullie kunnen dus trots op me zijn.

Tot de volgende keer!

Mijn leven in de Puri

Lieve allemaal,

Bedankt voor alle enthousiaste reacties op de blog. Inmiddels ben ik precies een maand op Bali, dus is het tijd om jullie wat meer te vertellen over mijn dagelijks leven en andere willekeurige dingen.

Het grootste gedeelte van de tijd woon ik in de Puri, het paleis waarin we ook een museum gaan maken. [zie de blog over het museumproject]. Dit is meer een paleiscomplex, een soort aaneenschakeling van huisjes en gebouwtjes, waar vroeger bijvoorbeeld de koninklijke keukens en kantoren waren, en sommige delen zijn gewoon nieuwbouw. Mijn verblijf bestaat uit een klein galerijtje in een L-vorm, waaraan mijn slaapkamer mét airco, de keuken en de badkamer zijn. In de voet van de L is een tafel met stoelen, en dat is dus een soort mijn ‘woonkamer’. De L-vorm zit om een stukje met grind en struiken heen, en daarnaast staat een klein huisje van Dr Putra Agung. Hier staat de waterkoeler, dus eigenlijk kom ik alleen daarvoor in dat huisje.

Een aantal foto’s van mijn uitzicht en de verdere omgeving hebben jullie al gezien, en ik zal nog meer proberen te posten. In ieder geval, het stukje waar ik zit ligt aan de vijver waarin een open paviljoen staat en als ik verder loop over de stenen paadjes en een schattig poortje doorga, kom ik bij andere huisjes, die ook weer allemaal tegen elkaar aangebouwd zijn.  Ik zeg huisjes, omdat al gauw allemaal heel groot kan klinken, en het complex is ook wel groot, maar alle gebouwtjes zijn eigenlijk heel klein. Het Paleis staat op een heuvel dus degenen die naast mij wonen, wonen op het terras onder mij. Ik ben daar een keer uitgenodigd om te eten, erg leuk. Gelukkig was Peter mee die ook kon tolken. We kregen stukken van een enorme tonijn, die die ochtend was gevangen en op vuur gebakken, dus dat was waarschijnlijk de verste vis die ik ooit op heb. Nu heb ik nog niet zoveel vis op in mijn leven, dus heel moeilijk is dat ook weer niet.

Als ik in de Puri ben, ben ik voorlopig nog aan het lezen en aan de teksten voor in het museum aan het schrijven. Ook ga ik af en toe in Maskerdam kijken om dingen op te meten of te bekijken. Er zijn ook best een aantal toeristen, dus dan maak ik ook een praatje voor de gezelligheid, en stiekem probeer ik daarbij ook altijd uit te vogelen wat ze van het paleis vinden.

Ketut is een soort in dienst van Dr Putra Agung en houdt het huis bij, sproeit de tuin en brengt de offers. Ook kookt ze voor mij. Ik krijg dus altijd Balinees eten en soms is dat wel wennen, maar over het algemeen heel lekker. Ik heb in de afgelopen weken al meer vis op dan in mijn hele leven bij elkaar, denk ik. De echte Balinese pepers worden gelukkig zoveel mogelijk vermeden, want dat is  een beetje teveel van het goede.

Het tweede weekend dat ik hier was, werd ik helaas ziek. Voedselvergiftiging of wat het ook was, in ieder geval ik was er even flink ziek van. Nadeel hiervan is vooral dat ik Indonesisch eten nu een stuk minder lekker vind, dus heb ik een tijd vooral witte rijst gegeten of ‘westers voedsel’ uit de supermarkt. De rijst is hier wel een stuk lekkerder dan in Nederland hoor! Maar nu kan ik geloof ik steeds meer aan, hoewel het nog steeds een leuk excuus is om cola te drinken en naturelchips te eten.

Ketut komt dagelijks wel een paar keer langs om dingen te regelen, dus dat is wel gezellig, omdat ze ook Engels spreekt, en inmiddels leer ik haar en haar zoontje die vaak meekomt, wat beter kennen.

Amlapura is een gezellige, maar niet heel bijzondere stad. De Puri ligt wel precies op de goede locatie. Als ik links de poort uitloop zijn er allerlei winkeltjes met eten, drinken, electronica en andere dingen die ik niet nodig heb. De mensen zijn superbehulpzaam en vriendelijk en ik vind het grappig om de producten te bekijken die ze verkopen. Veel winkels verkopen van alles in hele kleine verpakkingen, zoals losse snoepjes of kleine zakjes shampoo. Ook kun je hier altijd vers klaargemaakt eten kopen, sateh van al het denkbare vlees, Bakso en natuurlijk alle varianten van Nasi. De specialiteit hier is Nasi Bunkus, rijst met hete kip en andere hapjes in een bananenblad gevouwen. Maar eigenlijk is alles hier in een bananenblad gevouwen.

In mijn zoektocht naar een printshop liep ik uit de poort de rechterkant op, en kwam ik bij een winkeltje waar jongens zaten te gamen en verder leek het verdacht veel op de computerwinkel bij mij tegenover in de Sint Aagtenstraat. De jongen die hier werkt, (kan ook Engels, hoera!) heeft dus een printertje die je kunt gebruiken, en ik stel me altijd zo voor dat hij dé computernerd van de gemeenschap is. Tijdens het wachten op mijn printsels, ontdekte ik dat een aantal jongens dus hier hun vakantie doorbrengt, ondertussen ijsjes kopend bij de printshopjongen. Ik vond het wel grappig eigenlijk, want ze gamen dus nooit alleen, en ik kon mijn lachen niet inhouden toen ik twee jongens van rond de twaalf zag poolen de op PS. (of XBOX, het maakt niet echt uit hè..)

Eén van mijn favoriete winkels is de Alfamart, een soort drogist, die volgens mij de markt deelt met alleen de Indomaret, en waarvan er dus echt heel veel zijn alleen al in Amlapura. Een andere grote winkel is de Hardy’s. Dit is een department store waar echt van alles te koop is, en ook heel veel winkeltjes en faciliteiten omheen zijn. In Sanur is de Hardy’s vooral een winkel waar, volgens mij, Britten en Australiërs hun koekjes kopen, maar in Amlapura is hij eigenlijk heel Indonesisch, hoewel het wel duur is voor de meeste mensen hier. Hardy’s verkoopt kleren, schooluniformen, sieraden, cosmetica, gitaren, motorhelmen, dvd’s van dubieuze tv-series en gelukkig ook melk en Verkadekoekjes. Er is een soort speelhal, een zwembad op het parkeerterrein en een pinautomaat. Kortom, bij Hardy’s kun je zo af en toe je geluk op.

Bij Hardy’s heb ik dus ook mijn scooterhelm gekocht, want de scooter is inmiddels een noodzakelijk goed geworden. Lopen is voor mij wel leuk, maar eigenlijk loopt niemand hier. Voor kleine eindjes nemen mensen de bus of de scooter, en ik word meer nagestaard als ik over de stoep loop dan als ik nog een beetje kneuzig op mijn scooter rijd. Het leuke aan de scooter is dat ik op de zo ook buiten Amlapura een kijkje kan nemen, en dat is echt ontzettend mooi. Amlapura ligt precies tussen waar de hogere bergen beginnen en de zee in, wat voor prachtige uitzichten zorgt. Toen ik me weer beter voelde, ben ik dan ook als eerste naar Taman Ujung gereden, het waterpaleis van de koning van Karangasem, niet te verwarren met Tirtagangga, de watertuin. Het ligt omgeven door rijstvelden met op de achtergrond de twee bergen en uitzicht op de blauwe oceaan. Er zijn op Bali nog steeds overal huisjes en winkeltjes, maar hier ben je toch echt even weg uit de stad.

In de dagen hierna ben ik op 19 juni naar Yogyakarta gevlogen voor een conferentie, wat echt een geweldig weekend was. Ik zal hier nog apart over bloggen. Toen ik terugkwam op de 23 juni ben ik nog twee dagen in Denpasar verbleven en toen ben ik weer naar Karangasem vertrokken. Bij mijn aankomst op het vliegveld merkte ik gelijk dat het al veel drukker was, zo aan het eind van juni.

Binnenkort ga ik dan toch eindelijk het White Sand Beach in de buurt bezoeken, waar ik al veel over heb gehoord, en dat hoewel moeilijk te bereiken, het helemaal waard schijnt te zijn. Ik vind eigenlijk zowel het zuiden als het oosten mooi: het zuiden is iets bruisender en met vlakke groene velden, maar het oosten ligt erg mooi in de bergen.

Door die bergen ben ik heen gereden toen ik afgelopen weekend Gina, die ik in het vliegtuig had ontmoet, ging opzoeken. Zij was een weekendje in het kustplaatsje Amed. Zaterdag kwam ze bij mij op bezoek, en zondag gingen we een dagje strand- en zwembad hangen en snorkelen. Van dat snorkelen kunnen we zeggen: ik heb het geprobeerd en het was leuk, maar ik zwem toch liever oud en vertrouwd zoals ik dat heb geleerd in ‘het Spaardersbad’. Het was heel gezellig om bij te kletsen met Gina en onze ervaringen te delen. Toch grappig dat je heel veel dezelfde dingen meemaakt en ervaart, hoewel je op een andere plek bent en andere dingen doet! Na echt even een dagje vakantie, heb ik weer de mooie rit gemaakt naar Amlapura terug en ik voelde me toch wel best stoer op die scooter.

Deze week vooral gewerkt aan het project, dus als jullie je afvragen wat ik op een gemiddelde dag doe: mailen en lezen en schrijven en mailen. Tegen een uur of vier, als iedereen in Nederland actief op whatsapp wordt, ga ik whatsappen en soms even een excuus verzinnen om een rondje op de scooter te rijden. Dan is het vaak alweer donker en breekt de tijd om kriebelig te worden van alle mogelijk beestjes die te voorschijn komen alweer aan.

Eén van de excuses om te gaan rijden, was een gitaar! Naast de Hardy’s was een winkel met gitaren en sportkleding (goede combi!?)  dus na een maandje bedenktijd en verlangend langs de winkel te zijn gereden, heb ik besloten dat ik toch behoefte had aan muziek. Het werd een ‘echte’ Yamaha, die ik op een avontuurlijke manier heb vervoerd op de scoot. Ik hoop stiekem dat ik aan het eind van de zomer een gitaarvirtuoos ben, maar voorlopig ben ik nog vooral enorm goed aan het worden in gitaar-stemmen.

Dit was een beetje een allegaartje van opmerkingen, maar ik hoop dat jullie zo een beter beeld hebben van mijn leven hier. Morgen post ik gelijk nog een blog, dus tot dan!

Liefs,

Bente

[disclaimer en bekentenis:] Mijn gebrek aan kennis van het Indonesisch is nog steeds iets waar ik tegen aanloop, en ik ben nog steeds mezelf aan het dwingen het meer te gaan spreken en woorden op te zoeken. Dus als ik blij ben dat mensen Engels spreken, komt dit vooral door mijn gebrek aan Indonesisch, niet omdat ik vind dat ze zo nodig Engels moeten spreken 🙂